

Verschenen in 'De Leunstoel' - 24-09-2026
De opmars van de AfD in Duitsland wekt terecht veel zorgen: hoever zal dit gaan, maar meer nog: hoever zal de AfD nog radicaliseren. Vooral de combinatie van die twee ontwikkelingen is vreeswekkend.
Toch is de opmars van de AfD geen uniek Duits verschijnsel. We zien dat in het hele Westen, van Trump in Amerika tot Wilders in Nederland. Het zijn onderling verwante partijen die zich ook zelf als verwant presenteren. De Amerikaanse vice-president Vance steunde de AfD, en Wilders feliciteerde hun met hun overwinning in Saksen-Anhalt. Zij vormen een nieuwe politieke stroming, door anderen soms aangeduid als extreem rechts, soms als rechts-populistisch.
Overal zijn de omstandigheden verschillend, maar er lijkt een constante oorzaak: een groeiende kloof tussen hoog en laag opgeleiden, waarbij juist de laagopgeleiden zich afkeren van de linkse partijen. Daarmee is een soort ompoling in de politiek ontstaan. Vroeger was de VVD de partij van de hoog opgeleiden en de PvdA die van de arbeiders, nu scoort PRO onder hoogopgeleiden hoger dan de VVD. Dat zou geen probleem zijn, wanneer niet de laag opgeleiden en laag betaalden zich in grote aantallen hadden afgewend van de linkse partijen en zijn gaan stemmen op rechts-populistische partijen.
Deels komt dat door politieke blunders van de linkse partijen. De steun van de PvdA aan het rechtse kabinet Rutte II heeft de PvdA drie kwart van zijn aanhang gekost. Maar er lijkt meer aan de hand: mensen stemmen niet alleen vanwege concrete politieke standpunten, maar ook vanwege hun gevoel van verwantschap met een partij. Ik herinner me dat de door mij zeer bewonderde Karel van het Reve eens schreef dat op alle punten waar de VVD van mening verschilde met de PvdA hij het eens was met de VVD, maar hij ging niet op die partij stemmen, want ‘Ik hoor niet bij die mensen’.
Soms zie je dat mensen die een stemwijzer invullen opgelucht zijn wanneer dat de partij oplevert waarop ze toch al wilden stemmen. Die voorkeur was dus belangrijker dan de verkiezingsprogramma’s. Ik vrees dat dat de diepere reden is waarom mensen zich hebben afgekeerd van de PvdA. Ze mogen het ermee eens zijn dat de verzorgingsstaat in stand moet blijven, maar ze stemmen niet op PRO, want ‘ik hoor niet bij die mensen’.
Gedeeltelijk heeft dat te maken met lifestyle kenmerken. Hoogopgeleiden praten anders, sturen hun kinderen op hockey in plaats van op voetbal, en hebben geen tatoeages. Ze hebben ook een andere culturele belangstelling. Bij Soldaat van Oranje zag je andere mensen dan bij een doorsnee voorstelling in de Schouwburg, laat staan in de Opera. Dat leidt tot de merkwaardige paradox, dat voorstellingen meer subsidie krijgen naarmate de bezoekers meer geld verdienen.
Maar hoog opgeleiden hebben ook ander preoccupaties. Genderneutrale toiletten bij voorbeeld. Zodra er een asielzoeker buiten moet slapen verschijnen de camera’s van het NOS journaal, maar dat sommige autochtone Nederlanders of werkloos geworden arbeidsmigranten uit de EU geen dak boven hun hoofd hebben moeten we accepteren als een fact of life. Wat we daaraan doen is hoogstens zorgen dat je op bankjes in het park niet kan slapen. Maar wie die vergelijking maakt loopt al snel het risico voor fascist te worden uitgemaakt.
Daar komt bij dat hoog opgeleiden meer dan anderen aan groepsdenken lijden. Vaak dragen ze zonder innerlijke overtuiging de boodschap uit waarvan ze denken dat ze die vanwege hun positie moeten uitdragen, terwijl hun echte standpunt dichter bij dat van de rest van de bevolking ligt. Ze komen na afloop van een lezing naar de spreker toe met de boodschap ‘Ik ben het helemaal met u eens, maar u begrijpt dat ik dat hier niet kan zeggen.’ Als ze daarmee zouden ophouden zou de kloof misschien wel een stuk kleiner worden, en de aantrekkingskracht van populistische partijen minder.
Hoog opgeleiden zijn op grond van hun opleiding geneigd zich als superieur ten opzichte van anderen te beschouwen. Daar waarschuwde Michael Young in 1958 al voor in zijn The Rise of the Meritocracy.Maar steeds meer zie je dat hoog opgeleiden ook geneigd zijn zichzelf als moreel superieur te beschouwen vanwege hun standpunten. Hillary Clinton verwierf zich een plaats in de geschiedenis door mensen die het niet met haar eens waren aan te duiden a basket of deplorables. ‘Wie zijn dan die mensen?’ vroeg Sigrid Kaag zich af.
De columnisten in de Volkskrant, met Sander Schimmelpenninck voorop, verspreiden een penetrante geur van zelfingenomenheid vanwege hun moreel hoogstaande boodschap. Marjolein Faber was hun favoriete pispaaltje. Maar Maarten van Rossem kan er ook wat van. Anderen zullen hem dat vergeven vanwege zijn gevorderde leeftijd, maar zelf 83 jaar oud vind ik dat geen excuus.
Hoog opgeleiden zijn nodig om maatschappelijke problemen te analyseren, juist ook ter wille van anderen. Maar ze moeten daarbij wel het perspectief van die anderen in de gaten houden. Het zal zo blijven dat ze andere boeken lezen en ook op andere plaatsen met vakantie gaan, maar dat maakt hun niet tot betere mensen. En daarom moeten ze ophouden met hun dedain waarmee ze kiezers verjagen naar rechts-populistische partijen.