

Verschenen in 'De Leunstoel' - 10-09-2026
Je kunt in Nederland allerlei verschillen tussen regio’s aanwijzen. Klassiek is die tussen het zuiden - Brabant en Limburg - en de rest van Nederland. Het zuiden was overwegend katholiek, de rest van Nederland niet. Tot de jaren zeventig leidde dat ook tot een groot politiek verschil: in het zuiden behaalde de KVP overal de absolute meerderheid, en in de rest van Nederland slechts zelden.
Een regio die zich nog steeds politiek onderscheidt is de bible belt. Dat is een regio die zich als een gordel uitstrekt over Nederland, van Zeeland tot Groningen. Daar wonen veel gereformeerden van allerlei denominaties, waardoor de SGP en in mindere mate de CU er veel aanhang hebben, zij het geen absolute meerderheid. Maar je merkt het wel aan de sfeer: grote maar sobere kerkgebouwen, mannen met zwarte pakken, en weinig frivool geklede vrouwen.
Je kunt je ook afvragen of de Randstad politiek sterk verschilt van de rest van het land. Dat blijkt mee te vallen. In 2025 haalden D66 en PRO bij de Tweede Kamerverkiezingen resp. 17,0% en 12,8% van de stemmen in Zuid-Holland, de provincie die je het meest met de Randstad identificeert, was dat niet veel anders: 16,7 en 12,7%. Die provincie stemde dus net iets minder links dan het land.
Dat beeld kantelt wanneer je ook naar de provincies Noord-Holland en Utrecht kijkt. In die provincies behaalde D66 allebei 20,4% van de stemmen, PRO behaalde in Noord-Holland 16,7% en in Utrecht 15,8%. Dat is dus steeds 3 of 4% meer dan in Nederland als geheel. Het geeft aan dat als je de Randstad vergelijkt met de rest van Nederland de verschillen alleen optreden bij de noordvleugel en niet bij Zuid-Holland. Maar in de Noordvleugel behalen beide partijen gezamenlijk dan ook zo’n zeven procent meer dan elders. De noordvleugel is dus linkser dan de rest van het land, Zuid-Holland niet. Alleen de noordvleugel vertoont het beeld dat we bij de Randstad verwachten.
Nog grotere verschillen zie je als je kijkt naar individuele gemeenten. In De Leunstoel van 22 januari van dit jaar heb ik laten zien, dat er grote verschillen zijn tussen verschillende steden en dat vooral de universiteitssteden er uit springen met hoge percentages linkse kiezers. Het is dus niet zozeer de Randstad als zodanig, maar het zijn de universiteitssteden in de Randstad en hun randgemeenten die verschillen van de rest van Nederland. In politiek opzicht wijkt de rest van de Randstad veel minder af. In de tijd van de boerenprotesten zag je langs de weg van Leiden naar Woubrugge even goed omgekeerde vlaggen als op de rest van het platteland.
In de twee grote steden in Zuid-Holland wordt de lokale politiek gedomineerd door resp. Leefbaar Rotterdam en Hart voor Den Haag, partijen met een rechts-populistische herkomst, en niet door links, zoals in de universiteitssteden ten noordoosten van de Landscheidingsweg.
Er zijn natuurlijk ook andere verschillen. Inwoners van de Randstad kunnen kiezen uit veel meer voorzieningen, of het nu gaat om topvoetbal of om cultuur. Dat komt omdat het bezoekerspotentieel voor dergelijke voorzieningen in de Randstad veel groter is. Steden met veel inwoners bieden een dergelijk potentieel, maar inwoners daarvan maken ook veel gemakkelijker gebruik van voorzieningen in andere steden omdat die dichterbij liggen. En dan is door de grotere bevolkingsdichtheid in de Randstad ook het openbaar vervoer gemakkelijker te organiseren, waardoor voorzieningen ook beter bereikbaar zijn. Daarin onderscheidt de Randstad zich veel meer van de rest van het land dan in politiek opzicht.