

Verschenen in 'De Leunstoel' - 11-06-2026
Waarden kunnen botsen. Dat zag je in de laatste verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer, toen het Henri Bontenbal niet lukte om zowel de vrijheid van onderwijs als het recht om homo te zijn te verdedigen. Het CDA stond toen volgens de laatste peiling op 24 zetels, waarvan er bij de verkiezingen slechts 18 zouden overblijven. Zonder dit incident, dat liet zien dat het CDA echt nog een beetje christelijk is, was het CDA misschien wel de grootste partij geworden en Bontenbal premier. Het zijn conflicten waaraan ik een intellectueel genoegen beleef.
Zo’n conflict is er ook rond het ritueel slachten. Joden en moslims belijden een geloof dat het verbiedt om dieren te eten die verdoofd waren tijdens de slacht. Dat is niet kosher, of haram zoals de moslims zeggen. Hier botst het respecteren van andermans geloof op de zorg voor het dierenwelzijn. Daar is in Nederland veel over te doen geweest.
In 2011 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel aan waarmee ritueel slachten verboden werd, in overeenstemming met de opvatting van de meerderheid van de bevolking, daarmee optredend als volksvertegenwoordiging. De Eerste Kamer daarentegen liet zich leiden door zijn rol als waakhond voor de constitutie en stelde de vrijheid van godsdienst bovenaan, waardoor ritueel slachten nog steeds is toegestaan. Om hun standpunt kracht bij te zetten wijzen de voorstanders van ritueel slachten er graag op, dat de eerste anti-joodse maatregel van de Duitse bezetter in 1940 de rituele slacht betrof.
Om het nog wat ingewikkelder te maken: de rituele slacht is niet de enige pijnlijke dood die een schaap kan treffen. Daar is ook de boze wolf die het op schapen voorzien heeft, en als hij de kans krijgt een hele kudde dood bijt. Daarbij hebben de dieren heel wat meer te lijden hebben dan bij de rituele slacht. Boeren proberen ook hun dieren met hekken te beschermen tegen de wolf, maar zo’n wolf springt er nog wel eens over heen.
En wanneer het zou lukken om schapen volledig te beschermen, dan zijn er nog genoeg andere dieren die in het wild leven en prooidier zijn voor de wolf. Die lijden daarbij eerst angst en daarna pijn. Daarbij gaan de wolven niet zo zorgvuldig als de rituele slachters die het dier in één keer de keel doorsnijden, maar zetten wolven er graag hun tanden in. Dat veroorzaakt dus veel meer dierenleed dan ritueel slachten: de wolf is het schaap een wolf.
Het standaardantwoord hierop is dat dit in de natuur gebeurt, en dat daarvoor andere normen gelden. Maar dat zegt niet dat een dier dat in de natuur wordt opgegeten minder pijn lijdt. Ik denk eerder dat het toelaten dat dieren in de natuur worden opgegeten door wolven of andere roofdieren – het kan ook een arend zijn – betekent dat hier een andere waarde in het geding is, die van natuurbescherming, die gaat boven dierenwelzijn, terwijl dierenwelzijn volgens de meeste Nederlanders dus weer boven godsdienstvrijheid gaat.
Wanneer we inderdaad dierenwelzijn boven aan zouden zetten levert dat weer een ander probleem op: gaat het om het welzijn van het prooidier, of ook van het roofdier. Als we voor het eerste kiezen, zullen we alle roofdieren moeten afschieten, anders wacht elk ander dier een lot dat erger is dan dat van een schaap dat ritueel geslacht wordt. Natuurliefhebbers zullen daar tegen zijn, maar dierenbeschermers ook. Je komt er dus onvermijdelijk op uit dat de natuur zijn gang moet kunnen gaan, en daarbij past dat dieren aan andere dieren ten slachtoffer vallen.
Maar dat roept dan wel de vraag op hoe wij mensen hier in passen. Wanneer wolven prooidieren mogen eten, mogen wij mensen dat dan niet ook, zeker als we onze prooidieren minder pijn doen. Daarmee ontvalt de bodem aan elk moreel pleidooi voor vegetarisme. Wanneer we accepteren dat dieren door andere dieren worden opgegeten, is er geen reden waarom mensen dat niet ook zouden doen. Je kunt dan wel nog het eten van dieren onsmakelijk vinden, maar dat is een esthetisch oordeel, geen moreel.