

Verschenen in 'De Leunstoel' - 23-04-2026
Het was wel een verrassing, zondagavond 12 april, toen het journaal om tien uur ineens meldde dat Viktor Orban zijn aftreden had aangekondigd vanwege de uitslag van de verkiezingen die dag. Verrassend was niet alleen dat Péter Magyar met zijn partij Tisza al zover op Orban voor stond, maar ook dat Orban het verkiezingsresultaat zonder meer erkende.
Er zijn vier redenen om je te verheugen over de Hongaarse verkiezingsuitslag. In de eerste plaats omdat Magyar belooft een eind te maken aan de corruptie en het gebrek aan democratie in Hongarije. De rechtsstaat wordt hersteld en er komt weer ruimte voor een vrije pers. Van een illiberale democratie wordt Hongarije weer een democratische rechtsstaat.
Hongarije zal ook niet langer als stoorzender functioneren binnen de NAVO en de Europese Unie. Het zal niet proberen om hulp aan Oekraïne te blokkeren en geheimen door te briefen aan Rusland. Het land zal zich weer herinneren hoe het in 1956 werd overweldigd door de Sovjet-Unie.
Dat wil niet zeggen dat Magyar zich als vazal van Von der Leyen zal gedragen, wat zij natuurlijk wel graag zou zien. We mogen verwachten dat Hongarije zich zal scharen onder de landen die ernst willen maken met het subsidiariteitsbeginsel. Dat zegt dat Europa alleen bevoegdheden moet overnemen van de lidstaten wanneer daardoor problemen kunnen worden opgelost die zonder dat niet kunnen worden opgelost. Dat is wat anders dan het streven naar een ever closer union, waar men zich in Brussel graag voor uitspreekt.
Er wordt nu al op gewezen dat Hongarije waarschijnlijk zijn huidige strikte immigratiebeleid zal willen handhaven. Ik heb daar Dzsingisz Gábor, in 1956 zelf uit Hongarije naar Nederland gevlucht en opgeklommen tot hoge politieke functies en ook tot voorzitter van Vluchtelingenorganisaties Nederland (VON), daar wel eens over gehoord. Volgens hem maakte de honderdvijftig jaar durende bezetting door Turkije die Hongarije in het verleden doorstaan had, dat men in Hongarije nog steeds niets van Moslims wil weten.
Het andere beleid dat we onder Magyar kunnen verwachten is echter niet de enige reden om ons over het verkiezingsresultaat te verheugen. Een afzonderlijke reden tot vreugde is dat dit resultaat tot stand heeft kunnen komen ondanks de beperking die er onder Orban waren opgelegd aan de vrijheid van meningsuiting. Mensen zijn ook in staat hun mening te vormen buiten de media om.
Dat konden we ook al weten uit de tijd van de Duitse bezetting, toen de media geheel werden beheerst door de bezetter, zonder dat dat de publieke opinie bepaalde. En om een heel ander voorbeeld aan te halen: sinds 2024 is Israël door de Nederlandse media voortdurend in een kwaad daglicht gezet, maar desondanks bleek er bij het Eurovisie songfestival een massale sympathie voor Israël.
Een volgende reden tot vreugde is dat er een democratische regeringsovergang mogelijk bleek. Orban was bereid zijn nederlaag te erkennen en daaraan consequenties te verbinden. Daar had niet iedereen vertrouwen in, gelet op de Trumps weigering in 2020 om hetzelfde te doen.
Ik hoorde een partijgenoot van Orban beweren dat daaruit de democratische gezindheid van Orban bleek, maar dat klopt natuurlijk niet: gelijkschakeling van de media is ook ondemocratisch wanneer je desondanks de verkiezingen verliest. En het is nog maar afwachten of bij een volgende verkiezingsnederlaag geestverwanten van Orban in andere landen hem zullen volgen, of zich zullen laten inspireren door Trumps voorbeeld uit 2020.
Een vierde reden tot blijdschap is dat de verkiezingen niet bepaald zijn door buitenlandse inmenging. Die is er natuurlijk wel geweest. Vanuit Rusland, want de Russen proberen dat altijd, en dat was in Nederland in de tijd van de CPN ook al zo. In 1974 zamelde de PvdA geld in voor de Portugese socialisten voor hun strijd tegen de communisten onder de leuze ‘Houd Portugal vrij’.
Maar spectaculair was ook hoe de Verenigde Staten met een toespraak van Vance de Hongaarse kiezers probeerden te beïnvloeden in dezelfde richting als de Russen wilden. Ooit waren Rusland en Amerika bondgenoten in de strijd tegen het nationaal-socialisme, nu zijn zij bondgenoten in de in de strijd tegen de democratie.
Nog spectaculairder was hoe het streven Vance mislukte. Het maakte Vance tot de risee van de Europese politiek. Wilt u de verkiezingen winnen? Laat dan J.D. Vance pleiten voor uw tegenstander.
Het betekent ook dat wie verkiezingen verliest niet te snel moet verwijzen naar buitenlandse beïnvloeding, zoals de Amerikaanse Democraten deden in 2016. Je verliest als partij wanneer de meerderheid van de kiezers jouw boodschap niet onderschrijft, niet door machinaties van buitenstaanders.
Niet alleen de verkiezingsoverwinning van Tisza geeft dus reden tot vreugde, maar ook dat deze mogelijk was ondanks de persbreidel door Orban en ondanks de buitenlandse inmenging. Dat geeft ook hoop voor volgende verkiezingen in andere landen die de weg van het illiberalisme op zouden kunnen gaan. Maar of geestverwanten van Orban elders niet na een nieuwe verkiezingsnederlaag zullen proberen de macht te behouden, is nog maar de vraag.