Zoek op trefwoord :
Doorrekening verkiezingsprogramma's is folklore
Verschenen in 'De Leunstoel' - 30-11-2025

Tot de vaste rituelen rond de Kamerverkiezingen in Nederland behoort de doorrekening van verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau. Dat geeft aan wat de gevolgen zijn wanneer het programma van een politieke partij integraal wordt gerealiseerd. Wie niet bereid is daaraan mee te doen kan rekenen op de hoon van de parlementaire pers. De kiezers zijn daar overigens veel minder gevoelig voor. In 2023 ontbrak Nieuw Sociaal Contract (zo heette de partij van Pieter Omtzigt) de tijd om zijn programma te laten doorrekenen, en behaalde de partij twintig zetels. Dit jaar liet men zijn programma keurig doorrekenen, en u kent de uitslag.

Ik denk dat er aan de doorrekening drie problemen vastzitten die hooguit incidenteel naar voren komen. In de eerste plaats rekent het CPB niet zo maar alles door wat er aangeleverd wordt. ‘Dat rekenen we niet goed’ ligt hen in de mond bestorven. Vaak eist het CPB een veel nauwkeuriger omschrijving van de intenties dan in het oorspronkelijke programma stond. Soms heeft men bij het CPB ook eigen ideeën die men partijen graag laat overnemen.

Ik herinner mij ook nog een discussie binnen de PvdA over wat het congres nu wel of niet besloten had over de hypotheekrenteaftrek, waarbij partijleider Melkert zich beriep op de doorrekening als canonieke tekst. De consequentie die je daaraan zou moeten verbinden is eerst het concept-programma te laten doorrekenen en het daarna pas laten vaststellen door het congres. Bij amendementen met financiële consequenties zou iemand van het CPB die dan ook moeten aangeven.

Het tweede probleem is dat het niet alleen gaat om de gevolgen van de programma’s voor de rijksbegroting, maar ook om de macro-economische gevolgen. Wat gebeurt er bij uitvoering van de verschillende programma’s met de economische groei, met de koopkracht, en met de werkgelegenheid. We veronderstellen dat kiezers dat graag willen weten, en het CPB geeft daar dan ook graag antwoord op.

Maar de vraag is: kan het CPB dat wel. Wie de verwachtingen van de economische groei zoals voorspeld in de macro-economische voorspellingen legt naast de feitelijke realisatie, kan alleen maar concluderen dat dat soort voorspellingen weinig zin heeft. Dat was ook de mening van Keynes.

Maar het CPB is opgericht door Tinbergen die van huis uit fysicus was. Die ging ervan uit dat processen in de economie even causaal verliepen als die in de dode natuur. Daarbij negeerde hij de onzekerheden die voortvloeien uit de chaostheorie net als het feit dat in de economie de subjecten kennis dragen van de voorspellingen van hun gedrag, wat tot allerlei terug- en mee-koppelingen kan leiden. Toen Coen Teulings directeur van het CPB was heb ik hem ook wel horen zeggen dat het CPB notoir slecht was in voorspellingen.

Het voorspellen van macro-economische gevolgen vraagt inzicht in causale relaties. Dat kan best ingewikkeld zijn. Economen zijn geneigd te veronderstellen dat mensen harder gaan werken als je hun lonen verhoogt. Maar dat hoeft helemaal niet. Over langere termijn zien we juist dat hogere lonen leiden tot kortere werkweken, omdat mensen een deel van het hogere loon gebruiken om tijd vrij te kopen.

En dan is er nog de presentatie van de voorspellingen door het CPB. De SP heeft vaak in zijn programma staan dat de AOW-gerechtigde leeftijd omlaag moet, b.v. terug naar 65 jaar. Dan wordt er dus minder gewerkt, of te wel de arbeidsparticipatie gaat omlaag. Het CPB zegt dan dat de werkgelegenheid omlaag gaat, wat suggereert dat er meer werkloosheid komt in plaats van meer vrije tijd. SP stemmen leidt dus tot werkloosheid. Zo krijg je de SP welk klein, en dat is in de loop van de tijd de neoliberalen op het CPB ook gelukt

Wanneer ik dus het bestuur was van een politieke partij, zou ik de volgende voorwaarden stellen aan de doorrekening:

-      Eerst het programma doorrekenen, dan het vaststellen

-      Geen macro-economische voorspellingen

-      Zuivere woordkeuze bij de weergave van de resultaten.