Zoek op trefwoord :
Minister moet contrair kunnen gaan tegenover Raad van State
Verschenen in 'De Leunstoel' - 28-08-2025

Ons parlement heeft steeds minder bevoegdheden. Aan de ene kant gelden er steeds meer internationale verdragen die de bevoegdheden van de Tweede Kamer inperken. Aan de andere kant is er de afdeling Rechtspraak van de Raad van State, die bevoegd is wetten te vernietigen. En dan zijn er ook nog andere rechters die zich in de verleiding laten brengen zich boven de democratie te stellen, zoals bleek bij het Urgenda arrest.

Dit alles en vooral de manier waarop rechterlijke uitspraken en internationale verdragen op elkaar inwerken, legt een verstikkende deken over Nederland .En dat is geen deken van stikstof, zoals klimaatdomoor Rob Jette ooit beweerde, maar een deken van regels en verdragen.  

Het lukt de wetgever niet om het stikstofprobleem op te lossen, omdat keer op keer bezwaarmakers van het kaliber Johan Vollenbroek in het gelijk worden gesteld door de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State. Daarbij leggen de belangen van woningzoekenden het af tegen die van de natuur, wat die ook mogen wezen. Het is duidelijk dat wanneer de kiezer het voor het zeggen had die keuze anders zou uitpakken.

Maar we willen wel de mogelijkheid om referenda te ehouden als het om beslissingen van de Tweede Kamer gaat, maar niet om die van de Afdeling Rechtspraak. Toch zijn de leden van dat laatste orgaan niet democratische gekozen, die van de Tweede Kamer wel. Maar daar ligt misschien wel de crux: iedereen mag meestemmen over de Tweede Kamer, terwijl de Afdeling Rechtspraak gebaseerd is op een zorgvuldig selectiesysteem. Daar zitten achttien-karaats juristen, en die laat je niet overrulen door de man in de straat. Bij het toeslagenschandaal bleek die juridische kennis overigens weinig te helpen: het gebrek aan democratische legitimatie bleek niet gecompenseerd te worden door een hogere kwaliteit.

Dit is allemaal niet altijd zo geweest. Ik beschik nog over een uitgave van het Handboek van het Nederlandse Staatsrecht uit 1972, waarin een fundamenteel andere verhouding tussen regering en Raad van State wordt beschreven. De Raad van State adviseert over de hele breedte, of het nu gaat om wetgeving of geschillen van bestuur. Dat betekent dat in beide gevallen de regering bevoegd is van die adviezen af te wijken(contrair gaan) en de regering dus altijd verantwoordelijk is voor de uitkomst van het proces. Dat verwacht je ook in een democratische rechtstaat.

Wel was er toen al een discussie gaande of dat niet zou moeten veranderen, en de Raad van State zich zou moeten ontwikkelen in de richting van een rechtsprekende instantie. Redacteur Donner geeft aan daar wel voor te voelen, maar vertelt niet waarom. Deze Donner maakt deel uit van een heel nest Donners die gezamenlijk weer deel uitmaken van een maatschappelijke bovenlaag waarin men weinig op heeft met de democratie. Die bovenlaag bestaat uit rechters, cabaretiers, volkskrantcolumnisten en hoge ambtenaren, voor wie het gewone volk bestaat uit Tokkies en nitwits die je zo weinig mogelijk te zeggen moet geven. Men heeft liever dat het recht regeert dan het volk, en stelt daarom de rechtsstaat tegenover de democratie. En de rechtsstaat, daar mag je natuurlijk niet aan tornen.

Toch kun je niet stellen dat Nederland in 1972 geen rechtsstaat was. Je kunt wel zeggen dat het er toen een stuk democratische toeging. En het was veel gemakkelijker om de huizen te bouwen waar de kiezers om vroegen dan nu, wat Nederland tot een gelukkiger land maakte. Daarom bepleit ik terug te keren naar de situatie van 1972. Zo herstellen we de democratie ten koste van wat staatsrechtgeleerde Erik Jurgens ooit de dicastocratie noemde.