Zoek op trefwoord :
Decollet├ęs
Verschenen in 'De Leunstoel' - 10-02-2022

Mannen met macht proberen die vaak te gebruiken om vrouwen die van hun afhankelijk zijn seksueel te misbruiken, soms verbaal maar vaak ook lichamelijk. Dat hebben de recente onthullingen over de gang van zaken bij het programma The Voice of Holland weer eens bevestigd. Bij een omroep die zulke ranzige programma’s maakt is dat natuurlijk ook niet verwonderlijk, maar het verschijnsel doet zich veel breder voor.

Tegen dergelijk misbruik moet op allerlei manieren worden opgetreden, door de werkgever die maar al te vaak de misbruikers een veilig klimaat biedt in plaats van de klaagsters, maar ook door politie en justitie. Laat dat duidelijk zijn.

Toch blijkt uit de discussie daarover dat er  ook een randgebied is waar het niet altijd duidelijk is of er sprake is van misbruik. In een discussie in het TV-programma M beklaagde een vrouw zich erover dat vieze mannetjes in haar decolleté keken. Dat beschouwde zij ook als misbruik, en om dat te voorkomen droeg zij nu maar coltruien. Inzicht daar zijn we allemaal voor, maar inkijk is iets anders.

Daar heb ik toch wel even over moeten nadenken. Waarom dragen vrouwen kleding met een decolleté? Toch niet omdat de textiel op de bon is. Ze willen graag de bovenkant van hun borsten laten zien, maar dan moeten ze niet klagen dat mannen er ook naar kijken. Borsten hebben op de meeste mannen een magische aantrekkingskracht, zodat het soms lijkt of hun ogen uit hun kassen rollen. Daar moet een biologische verklaring voor zijn, kennelijk geeft het een evolutionair voordeel.

Als je een decolleté draagt, wil je toch dat dat gezien wordt? En als je dat niet wilt, trek je wat anders aan. Of dan een coltrui het meest voor de hand liggende alternatief is, is trouwens ook nog maar de vraag, daarmee kun je toch ook aardig de aandacht op je borsten vestigen.

Misschien denken vrouwen dat mannen dat alleen maar leuk vinden, maar dat hoeft helemaal niet. Wanneer je een zakelijk gesprek hebt, leidt een decolleté af, net als een overmatig vertoon van blote benen of een naveltruitje. Zoiets draagt bij aan de vreugde bij feestelijke gelegenheden, maar in een kantoorsituatie kan het heel hinderlijk zijn om nadrukkelijk niet in een decolleté te moeten kijken. Ik begrijp ook niet dat wanneer je als Corona deskundige in een talkshow zit, je de kijkers op je decolleté trakteert.

Dat geldt ook op school. Het moet voor meisjes in de puberteit een ontdekking zijn dat zij door zich sexy te kleden de aandacht kunnen trekken van die vervelende leraar. Die moet daar natuurlijk ook tegen bestand zijn, maar kijken en je laten bekijken is een tweezijdig proces. Dat is natuurlijk ook niet van vandaag of gisteren. Zestig jaar geleden waren er ook al meisjesstudenten voor wie het uitwisselen van ervaringen in welke houding te gaan zitten tegenover een mannelijke docent een essentieel onderdeel was van de voorbereiding op het tentamen.

Af en toe probeert de leiding van een school of van een bedrijf daar tegen de tijd dat de zomer aanbreekt iets tegen te doen, met een circulaire of zoiets. Dat lokt dan nationale hoon uit: mogen vrouwen niet zelf weten wat ze aantrekken? Wat een vertrutting! Toch is die reactie minder logisch dan op het eerste gezicht lijkt. Er bestaat consensus dat mannen niet in het openbaar hun pik mogen laten zien, potloodventen is gewoon verboden. Je mag ook geen foto daarvan aan anderen sturen. Dat is een vorm van opdringerigheid die juist valt onder het seksueel misbruik dat we willen bestrijden. Niemand heeft het daarbij over vertrutting.

Tegenover mannen die hun macht misbruiken om seks af te dwingen, staan ook vrouwen die hun seksuele aantrekkingskracht proberen te gebruiken om daar voordeel uit te slaan. Dat is ook een vorm van opdringerigheid. Je stapt bij voorbeeld op een voormalig politiek leider af om via hem een positie in zijn partij te verwerven. Een decolleté is daarbij niet altijd nodig, maar het kan wel helpen. Volgens Eva Jinek hadden haar ‘boobies’ haar veel gebracht. Maar die had ook geen bezwaar tegen inkijk.