Zoek op trefwoord :
De tante van Charlie
Verschenen in 'De Leunstoel' - 12-01-2015

Ik ben altijd wantrouwend wanneer mensen massaal hun afkeer uitspreken na afschuwelijke gebeurtenissen. Dat geld ook voor de collectieve solidariteit die werd uitgesproken na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. ‘Je suis Charlie’, klonk het alom, ‘ik ben Charlie’, zoals Kennedy na de bouw van de Berlijnse muur de historische woorden ‘Ich bin ein Berliner’ sprak. Goed bedoeld allemaal, maar toch ook een beetje hypocriet. En maar goed dat die muur niet in Hamburg stond.
Stel dat ik me bij een van deze demonstraties had gevoegd met een bordje ‘Ik ben de tante van Charlie’, verwijzend naar de bekende klucht, onlangs nog gespeeld door Jon van Eerd. Het zou een ontregelende grap zijn die goed past bij de stijl van Charlie Hebdo. Maar het gevaar was groot dat ik door de nieuwe Charlies gelyncht werd, wanneer ik niet al eerder door de politie was afgevoerd. Natuurlijk zijn we voor vrijheid van meningsuiting, maar er zijn wel grenzen.
Een van de tekenaars van Charlie Hebdo is Bernard Holtrop, die zijn cartoons signeert met ‘Willem’. In 1966 maakte hij een tekening waarin de toenmalige Koningin Juliana als hoer werd afgebeeld, hoewel zij er naar hedendaagse maatstaven nog redelijk decent bijzat. In Leiden kreeg mijn vriend Herman Amptmeijer een maand gevangenisstraf opgelegd omdat hij die tekening op de mensa verspreid had. Met al die Charlies zou je verwachten dat zijn veroordeling snel teniet wordt gedaan en hij een fikse schadevergoeding krijgt.
Willem verhuisde hierna al vlug naar Parijs omdat daar de artistieke vrijheid veel groter was. Ik denk dat dat nog steeds zo is.Stel dat Willem voor het nieuwe nummer van Charlie Hebdo koningin Maxima achter het raam plaats zou laten nemen, met Willem-Alexander erbij als pooier, en uiteraard luchtiger gekleed en met een veel hoger tarief dan in 1966. Dat zou heel goed bij het blad passen, maar ik denk dat veel mensen dan ineens geen Charlie meer zouden willen zijn.
In zijn toespraak op de Dam zei Rutte dat haat en geweld het niet mogen winnen van respect en verdraagzaamheid. Maar respect dat hadden ze bij Charlie Hebdo nu juist voor niets en voor niemand. Het blad toonde juist een consequente respectloosheid, die de grenzen van de verdraagzaamheid opzocht. 
Nederland kent een grote traditie van roep om censuur. In 1964 was het land een aantal dagen in rep en roer vanwege een tekst die werd uitgesproken in het VARA-programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer. Daarbij werd met een pastiche op het Onze Vader het TV kijken als een nieuwe religie gepresenteerd. ‘Kwetsend’ oordeelde De Telegraaf, en de emoties liepen  hoog op. Toch was het veel gematigder religiekritiek dan de veel provocerender platen over de profeet Mohammed waarvan we verwachten dat Moslims er gelaten aan voorbij gaan.
Ook nu is er nog van alles verboden. Wie met een eenvoudig kartonnen bordje blijk geeft van zijn republikeinse gezindheid maakt een goede kans gearresteerd te worden. En veel steun van al die Charlies zal hij niet krijgen. Neem het niet op voor pedo’s. En wanneer er problemen zijn bij een bedrijf, zien we grote druk op de werknemers om hun mond te houden. Klokkenluiders worden onvoldoende beschermd.
Toch kan vrijheid van meningsuiting nooit absoluut zijn. Er zijn goede redenen waarom ontkenning van de Holocaust verboden is, net als de verkoop van Mein Kampf, zelfs tweedehands. Wilders wordt vervolgd voor zijn ‘minder, minder’ getier, en het kabinet beraadt zich op de strafbaarheidstelling van propaganda voor de Sharia.
Je kunt twijfel hebben bij dit alles, maar het zijn in ieder geval de wetgever en de rechter die de grenzen stellen, en het is niet aan gekwetste individuen om naar de kalashnikov te grijpen wanneer de uitkomst niet naar hun zin is, evenmin als in het geval van Theo van Gogh. Maar je mag best op vreedzame wijze uitdrukking geven aan die gekwetstheid, ook dat valt onder vrijheid van meningsuiting.
De aanslag in Parijs heeft een veel heftiger reactie opgeroepen dan eerdere aanslagen en gijzelingen  waarbij veel meer slachtoffers vielen, zoals die door Anders Breivik. Dat is omdat we moslimfundamentalisten bedreigender achter dan andere extremisten, maar ook omdat hieri een tijdschriftredactie het slachtoffer was. Dat is bedreigend voor alle journalisten die kritisch over de Islam zouden willen schrijven, waardoor ons lezers die stukken onthouden zouden kunnen worden. Premier Rutte keerde zich in zijn toespraak in Amsterdam dan ook tegen zelfcensuur. Wie zegt dat hij Charlie heet, geeft daarmee ook aan, dat hij geen zelfcensuur toepast, net als de redactie van Charlie Hebdo.
Maar ook dat lijkt mij niet van toepassing op de meeste would be Charlies. Zelf pas ik regelmatig zelfcensuur toe. Zo heb ik er maar van afgezien mij bij een van de demonstraties als de Tante van Charlie te afficheren. Lang geleden was ik redacteur van een atheïstisch studentenblaadje, waar we een cartoon hadden aangeboden gekregen n.a.v .de toenmalige campagne ‘Zo boeiend is nu Panorama’, waarbij mensen in allerlei netelige situaties toch de Panorama bleven lezen. U ziet hem al aankomen: in deze cartoon was dat Jezus aan het kruis. Ik moest er wel om lachen, maar uiteindelijk hebben we er van afgezien hem te plaatsen om toch maar geen mensen te kwetsen, maar ook om niet Herman Amptmeijer achterna te gaan. Zelfcensuur dus.
Na de ophef over Zo is het toevallig ook nog eens een keer staakte Mies Bouman haar medewerking aan het programma omdat ze geen zin had haar kinderen onder politiebegeleiding naar school te brengen. Zelfcensuur? In 1987 zag eindredacteur Paul Witteman er op verzoek van minister Van den Broek van Buitenlandse Zaken van af om een TV-fragment te laten zien waarin met damesondergoed werd gegooid naar Ayatollah waarover in Duitsland veel te doen was geweest. Een duidelijk voorbeeld van zelfcensuur, op verzoek van de regering nog wel. Zo probeerde de regering ook de uitzending van Fitna te voorkomen.
De avond voor de aanslag in Parijs vertelde imam Yassin Elforkani bij Eva Jinek dat hij een aantal weken niet gepreekt had uit angst voor bedreigingen. Duidelijk zelfcensuur, maar onvermijdelijk. Wie bij de politie klaagt over bedreigingen wordt vaak aangezet tot zelfcensuur: ‘zulke provocerende dingen kunt u ook beter meer niet zeggen’. Dat overkwam Ayaan Hirsi Ali in 2002, maar ook een Utrechtse bioscoopexploitant die een film over Ajax wilde vertonen.
Ik vraag me af of Charlie Hebdo in Nederland politiebescherming had gekregen, of ook een ‘wijs’ advies om het wat rustiger aan te doen, dus meer zelfcesuur toe te passen. Opstelten zou de politie voor dat soort situaties andere instructies moeten geven, juist omdat de aanslag in Parijs schrijvers van allerlei slag nog banger kan maken hun eigen mening te zeggen.
Kortom, we zijn geen Charlie, maar we zouden wel meer Charlies kunnen gebruiken. En voor ik het vergeet: de groeten van mijn tante.

Niet elders geplaatst