Zoek op trefwoord :
Enger dan verkrachting
Verschenen in 'Intermediair' - 08-06-2000

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt de beschikking te hebben over bloedmonsters van bijna alle kinderen onder zes jaar, waarbij met enige moeite elk monster te herleiden is tot het kind waarvan het bloed afkomstig is. Dat is opmerkelijk, omdat uit die bloedmonsters allerlei genetische informatie is af te leiden, waar in ander verband juist uiterst terughoudend mee wordt omgegaan.

Zo is er aan het Binnenhof een discussie gaande, hoe zwaar een zedendelict moet zijn, wil het justitiële apparaat ter wille van de opsporing van onverhoopte nieuwe misdrijven de beschikking kunnen houden over de DNA-code van de veroordeelde. Die discussie heeft weinig zin, wanneer intussen een overheidsinstantie bezig is een bestand met genetische informatie van de hele bevolking op te bouwen. Het is een markant voorbeeld van wat de politicoloog Van Gunsteren noemt De Ongekende Samenleving.

In het licht van die discussie over de justitiële bevoegdheden, is het niet verwonderlijk, dat GroenLinks kamerlid Corrie Hermann (geen familie van de stier) aan de minister heeft gevraagd, of zij het er mee eens is dat gegevens uit het bestand nimmer ter beschikking van het openbaar ministerie mogen worden gesteld.

Waarschijnlijk zal de minister daar wel bevestigend op antwoorden, maar er zit toch iets vreemds aan dit standpunt.

Je kunt op drie manieren genetische informatie uit een bloedmonster halen. Uit het monster kunnen erfelijke eigenschappen worden afgeleid, zoals de aanleg voor bepaalde ziekten. Wanneer je van de hele bevolking bloedmonsters hebt, zou je kunnen nagaan of wettelijke vaders ook de biologische vader zijn, en eventueel die biologische vader opsporen. En je zou wanneer er bij misdrijven genetisch materiaal achter blijft, kunnen nagaan van wie dat materiaal afkomstig is.

Van deze drie mogelijke toepassingen lijkt mij de laatste nu juist het minst problematisch. Waar ik vooral bezwaar tegen zou hebben is een standaardprocedure om de biologische vader van elk geboren kind te bepalen, niet alleen omdat dan spermadonors niet langer anoniem kunnen blijven, maar ook omdat het tot een ongewenste vorm van fatsoensrakkerij zou leiden. Maar er zijn in Nederland allerlei mensen die belijden, dat een kind moet weten wie zijn ouders zijn, en die zouden heel blij moeten zijn met deze toepassing. Het zou mij niet verbazen als dat standpunt ook binnen GroenLinks aanhang heeft.

De reden waarom het bloed bij nagenoeg alle kinderen wordt afgenomen, is gelegen in de eerste toepassing: het onderkennen van bepaalde erfelijke ziekten. Dat lijkt heel mooi, maar daar ligt toch ook het gevaar dat verzekeraars of personeelsconsulenten toegang tot het bestand krijgen, zodat mensen met een bepaalde aanleg niet meer verzekerbaar zijn voor bepaalde ziekten, of minder gewenst worden op de arbeidsmarkt.

In vergelijking hiermee, zie ik eigenlijk niet in, waarom nu juist het gebruik voor opsporingsdoelen a priori zou moeten worden uitgesloten. De pakkans bij verkrachting door onbekenden wordt daarmee zeer veel groter, en verkrachters krijgen minder kans in herhaling te vervallen. Maar kennelijk vinden ze bij GroenLinks genetica enger dan verkrachting.